25.000 uur — wat betekent dat in de praktijk?
De ledringen in onze loeplampen zijn ontworpen op ongeveer 25.000 branduren. Dat getal staat op elke datasheet en zegt de meeste mensen niets. Vertaald naar werktijd wordt het tastbaar:
| Gebruik | Uren per jaar | Berekende levensduur |
|---|---|---|
| Voltijdwerkplek, 8 uur per dag, 5 dagen | ca. 2.000 | ruim 12 jaar |
| Halve dagen of deeltijd, 4 uur per dag | ca. 1.000 | ongeveer 25 jaar |
| Hobby, een uur 's avonds | ca. 365 | op papier ruim 60 jaar |
Voor de meeste gebruikers betekent dat simpelweg: de led overleeft de lamp. Wat in de praktijk eerder opgeeft, is de mechaniek — een uitgesleten scharnier, een doorgeschuurde kabel — of de voeding.
Leds branden niet door, ze vervagen
Dat is het verschil met de gloeilamp en de tl-buis, en het wordt vaak verkeerd begrepen. Een led heeft geen onderdeel dat plotseling breekt. Hij verliest gaandeweg langzaam helderheid.
De opgave van 25.000 uur duidt daarom niet op uitval, maar op het punt waarop nog een gedefinieerd deel van de oorspronkelijke helderheid over is — branchegebruikelijk 70 procent. De lamp werkt daarna gewoon door, alleen zwakker.
In de praktijk merkt men het nauwelijks, omdat het zo geleidelijk gaat: het oog past zich mee aan. Het valt meestal pas op als er een nieuwe lamp naast staat.
Wat de levensduur verkort
De belangrijkste factor is warmte. Leds verouderen sneller naarmate ze in bedrijf heter worden. Twee dingen helpen daartegen, en beide kosten niets:
- Houd ventilatieopeningen vrij. Leg geen doeken over de lampkop, druk hem niet dicht tegen een muur of in een nis.
- Draai niet permanent op vol vermogen als u een dimbare lamp hebt en minder volstaat. Dat spaart de led én de ogen.
Vaak in- en uitschakelen schaadt een led daarentegen niet — anders dan bij de tl-buis, waar elke ontsteking de elektroden belast. U mag de lamp in de middagpauze gerust uitzetten.
Wat het gebruik kost
Een loeplamp neemt afhankelijk van de serie tussen 10 en 12 watt op. Gerekend voor een voltijdwerkplek met circa 2.000 branduren per jaar en een aangenomen stroomprijs van € 0,35 per kilowattuur:
| Verbruik per jaar | Kosten per jaar | |
|---|---|---|
| Led-loeplamp, 12 W | 24 kWh | ongeveer € 8,40 |
| oude buislamp, 22 W | 44 kWh | ongeveer € 15,40 |
Het verschil bedraagt dus zo'n zeven euro per jaar — en de led-lamp levert daarbij de hogere lichtstroom. Wie alleen vanwege de stroomkosten van buis naar led overstapt, verdient dat niet binnen een jaar terug; wie toch voor een nieuwe aanschaf staat, krijgt het voordeel er bovenop.
Reken na met uw eigen stroomprijs: watt × uren ÷ 1.000 × prijs per kWh.
En het sluipverbruik?
Bij een uitgeschakelde lamp met ingestoken voeding ligt de opname afhankelijk van de serie op 0,2 tot 0,3 watt. Een heel jaar onafgebroken aan het net is dat ongeveer 2,6 kilowattuur — minder dan een euro.
Wie dat toch wil vermijden, gebruikt een schakelbare stekkerdoos. Een must is het niet: de tijd die het in- en uitpluggen kost, is meer waard dan het bespaarde bedrag.
Wat daaruit volgt
De levensduur zou bij de koopbeslissing geen grote rol moeten spelen — bij 25.000 uur liggen alle actuele modellen gelijk, en het getal is zo hoog dat het in de praktijk geen grens vormt. Beslis in plaats daarvan op lensgrootte, dioptrie, kleurweergave en regelbaarheid. Daarover hebben we eigen artikelen: helderheid, kleurweergave en dimbaarheid.
0 reacties